Plooivorming – de meest gestelde vragen

Waardoor ontstaat plooivorming?

Als je gaat zitten in een meubel, oefen je druk uit op de vullingen en de bekleding. Door die druk wordt het bekledingsmateriaal iets opgerekt. Wanneer je weer opstaat, krijgt het onderliggende schuim zijn volume weer terug. Het kan echter zo zijn, dat de hoes een fractie ruimer is geworden. Daardoor komt de bekleding wat minder strak te staan, en dat zorgt ervoor dat er plooien ontstaan. Zeker als een bank een zachte toplaag heeft voor een ‘soft’ comfort, geeft deze laag steeds minder ‘opwaartse druk’ om de bekleding weer strak te spannen na gebruik.

Hoe snel doet zich dit voor?

In de eerste periode van gebruik is plooivorming het sterkst. Daarna neemt het niet, of amper toe. Na ongeveer 4 tot 6 maanden heeft het materiaal zich volledig naar je postuur gevormd.

Kan het zitmeubel niet wat strakker gestoffeerd worden?

Er zijn twee redenen waarom we dat niet doen. Allereerst: het comfort. Harde zitmeubelen die vanuit de vulling zo veel weerstand geven dat de bekleding ‘opgespannen’ blijft, zitten niet fijn. Ze vormen zich niet lekker naar je lichaam. Bovendien is een strakke, gespannen bekleding erg riskant. Alle spanning komt dan namelijk op de stiknaden van de bekleding te staan, waardoor de naad kan scheuren. Om die twee redenen bouwen we bij de ontwikkeling van onze meubelen bewust ruimte in voor de bekleding om mee te bewegen met het comfort van de vulling.

Kan ik plooivorming voorkomen?

Plooivorming helemaal voorkomen is helaas niet mogelijk. Maar je kunt het wel beperken. De eerste maanden zijn daarvoor erg belangrijk. Let er in die tijd op dat je alle zitvlakken evenredig gebruikt. Dat zorgt ervoor dat de eerder besproken marge in de bekleding zo gelijkmatig mogelijk verdeeld wordt. Ook helpt het als je regelmatig na het opstaan de ruimte in de bekleding met je handen over het zitvlak verdeelt. Klop vullingen met een ‘donzen’ karakter (zowel van natuurlijk als van synthetisch materiaal) regelmatig op.

Kunnen jullie plooien verwijderen?

Als de plooivorming te sterk is en buiten de bewust genomen grenzen valt, zijn er mogelijkheden om de plooien te verminderen. Bijvoorbeeld door de bekleding wat in te nemen of de vulling wat aan te vullen. Zeker bij die laatste optie heeft dit wel gevolgen voor het zitcomfort.

Wat is wel en niet acceptabel?

Plooivorming is een onvermijdelijke eigenschap van gestoffeerde zitmeubelen. Daarom zijn er ook standaarden voor. Die geven aan welke mate van plooivorming aanvaardbaar is en welke niet. Daar- bij is het goed om te weten dat er drie verschillende soorten stoffering zijn: strak, los en bijzonder los.

1. Strakke stoffering: meubelen waarbij de constructie zodanig ‘hard’ is opgebouwd dat de bekleding licht opgespannen is. Dit zie je vooral bij modellen met ‘springveren’, die echter niet in de collectie van Leolux voorkomen.

2. Losse stoffering: zitmeubelen waarbij het design en de opbouw gericht zijn op comfort, en in de bekleding marge opgenomen is om mee te bewegen met het comfort. De meeste Leolux-meubelen zijn zo ontwikkeld.

3. Bijzonder losse stoffering: meubelen met een bijzonder zacht zitcomfort. Daarbij zie je in nieuwstaat al duidelijke plooien, of voel je een wattenachtige structuur onder de bekleding. Deze stoffering komt bij een aantal van onze modellen voor.

Alle zitmeubelen van Leolux vallen onder los of bijzonder los gestoffeerde meubelen. Zitcomfort is tenslotte de belangrijkste eigenschap van onze producten. Daarom geven wij de bekleding ook de ruimte om mee te bewegen met het comfort. Bij bijzonder los gestoffeerde meubelen zijn de plooien zelfs onderdeel van het ontwerp. Daarom zijn de richtlijnen voor de maximale plooivorming ook gericht op categorie 2: los gestoffeerde meubelen.

De richtlijn

Door gebruik mag de afmeting van de zittinghoes ongeveer 3% toenemen.

Plooivorming opmeten

Strijk allereerst de bekleding glad. Ga daarna even in het midden van het zitvlak zitten. Sta op en strijk de bekleding – met vlakke handen en zonder te veel druk uit te oefenen – van buiten naar binnen bij elkaar, beginnend bij de naden links en rechts.

Meet nu in het midden de hoogte van de grootste plooi op, zonder het meetinstrument in de bekleding te drukken. Dit is de plooihoogte. Die zet je in verhouding tot de breedte van het zitvlak, van naad tot naad.

Rekenvoorbeeld: bij een zitbreedte van 700 millimeter mag de hoogte van de grootste plooi maximaal 20 millimeter zijn.

 
 
 
E-mailen
Bellen
Map
Info
Instagram